





Verenstaal volgens EN 10270-1-SH en EN 10270-3-NS
(werkstof 1.4310)
De ondergrens van de treksterkte van verenstaaldraad volgens EN 10270-1-SH
kan volgens de volgende regel worden bepaald :
σ t = 2220 – 820 . log d
Als vuistregel kan worden gesteld dat de ondergrens van de treksterkte van roestvast verenstaaldraad volgens EN 10270-3-NS (werkstof 1.4310) ligt op 85%
van de treksterkte van verenstaaldraad volgens EN 10270-1-SH.
σ t = 0,85 . ( 2220 – 820 . log d )
Bij de berekening van druk- en trekveren wordt de toelaatbare wringspanning
( τ w toelaatbaar ) gesteld op 40 % van de σ t bij statische belasting.
Bij de berekening van torsieveren wordt de toelaatbare buigspanning ( σ b toelaatbaar ) gesteld op 70 % van σ t bij statische belasting.



